ANALYSE | ‘Het Dorp Waar ik Geboren Ben’ – Baek On-yu

⸻ 나의 살던 고향 – 백온유 ⸻

❈

Samenvatting

‘Het dorp waar ik geboren ben’ is een kort verhaal uit de bundel 약속의 세대 [yak-sok-i sae-dae – ‘De Beloofde Generatie’] over een dochter, Yeong-ji, die vanuit de hoofdstad Seoel terugkeert naar het plattelandsdorp (Hanseo) waar ze is opgegroeid wanneer haar vader haar opbelt met de boodschap dat haar moeder in het ziekenhuis ligt. Als ze vraagt wat er is gebeurd, zegt hij alleen maar, ‘dat moet je haar zelf maar vragen’. Yeong-ji neemt prompt een aantal vrije dagen op om op bezoek te kunnen, ook al is dat in de Koreaanse arbeidswereld nogal lastig en moet ze daarvoor eerst overwerken.

Als ze eenmaal aankomt in Hanseo, wordt Yeong-ji opgehaald door haar vader en naar het ziekenhuis gebracht waar ze te horen krijgt dat haar moeder in het bos op een berg in een dierenklem is gestapt waardoor er een deel van haar grote en een-na-grote teen moest worden geamputeerd. De dokter zegt dat ze zelfs na de revalidatie mogelijk niet meer of lastig kan lopen. Yeong-ji vindt dit best heftig en wilt in eerste instantie de eigenaar van de klem (i.e. de eigenaar van het stuk grond) aanklagen, maar haar moeder blijft er heel nuchter over en zegt dat het haar eigen schuld was, en dat ze er verder niemand mee lastig wilt vallen.

Yeong-ji besluit wat langer te blijven om voor haar moeder te zorgen, aangezien haar vader en jongere broertje dat ‘niet kunnen’ (je weet hoe dat gaat). Op een dag komt er een onbekende vrouw van Yeong-ji’s leeftijd in het ziekenhuis op bezoek. Yeong-ji luistert het gesprek tussen haar en haar moeder af en komt er zo achter dat de vrouw in kwestie, Jeong-un, de dochter is van de landeigenaar. Ze hoort hoe haar moeder haar afwimpelt. Als Jeong-un even later het ziekenhuis verlaat, gaat Yeong-ji achter haar aan. Ze zegt tegen Jeong-un dat ze de woorden van haar moeder moet negeren en dat ze wel een schadevergoeding willen hebben, omdat het ongeluk met de klem een ingrijpende invloed heeft op haar moeders leven. Jeong-un reageert droog en onverschillig en zegt dat ze er nog wel op terugkomt alvorens weg te rijden en Yeong-ji verslagen achter te laten. Ook blijkt dat Jeong-un Yeong-ji kent, maar als Yeong-ji vraagt hoe en waarvan, geeft Jeong-un geen antwoord.

Als Yeong-ji thuis eten wilt maken, vindt ze een hele voorraad met zeldzame en peperdure champignons. Op de vraag hoe haar ouders eraan komen, zegt haar broertje ‘vraag het aan je moeder’. Dat doet Yeong-ji en haar moeder hangt een heel verhaal op over hoe een of andere tante Misu het haar ‘cadeau’ heeft gegeven. Yeong-ji gelooft er niks van, maar kan verder niets uit haar moeder krijgen.

Even later wordt Yeong-ji bijna aangereden door een truck. Het blijkt de Jeong-un te zijn. Ze geeft Yeong-ji een lift naar huis, waar haar vader (de landeigenaar) op een bed in de woonkamer ligt. Hij blijkt Parkinson te hebben en al een paar jaar niet meer uit bed te kunnen komen. Jeong-un schenkt koffie in, gaat tegenover Yeong-ji zitten en confronteert haar dan met een aantal screenshots van de CCTV camera die ze in het bos hebben hangen. Het zijn foto’s van meerdere jaren waarop duidelijk Yeong-ji’s moeder is te zien. Dan komt Yeong-ji erachter dat haar moeder al jarenlang champignons steelt van de champignon plantage van Jeong-un’s vader, waardoor ze flink wat winst mis lopen (om precies te zijn 50,000,000 won).

Yeong-ji schrikt van dit bedrag en zegt dat ze een manier zal vinden om het allemaal terug te betalen, ook al doet ze er dertig jaar over, en smeekt Jeong-un om geen aangifte te doen. Maar Jeong-un is niet geïnteresseerd in het geld. In plaats daarvan vraagt ze aan Yeong-ji om het bos voor haar in de fik te steken. Ze verteld dat ze als kind al jaloers is geweest op Yeong-ji, omdat zij wél het dorp kon verlaten en naar de grote stad kon trekken, en Jeong-un kon dat niet, ook al wilde ze dat heel graag. Ook nu ze volwassen is, heeft ze nog geen één keer het dorp verlaten, omdat het bos en de champignon plantage al eeuwen in de familie zijn en haar vader haar heeft opgedragen de zorg van hem over te nemen. De enige manier om de banden met de plantage en dus met het dorp te breken is om de boel af te laten fikken.

Na enige twijfel en heet dreigement dat Jeong-un anders wél naar de politie zou stappen, besluit Yeong-ji haar eigen leven te riskeren en het bos midden in de nacht en met behulp van Jeong-un in de fik te zetten.

Personages

Yeong-ji
Oudste dochter die al als kind er alles aan deed om het plattelandsdorp te verlaten en naar de stad te vertrekken. Aan alles is duidelijk dat ze een hekel heeft aan haar geboortedorp, maar waarom ze precies zo’n hekel heeft aan Hanseo, wordt niet verteld. Waarschijnlijk dacht ze, net als de meeste Koreanen en zo ook Jeong-un, geluk en succes te vinden in Seoel. Maar niets blijkt minder waar. In het begin van het verhaal wordt haar leven in Seoel neergezet als een constante hoge werkdruk en weinig vrijheid. Toch doet Yeong-ji er alles aan om zo min mogelijk naar Hanseo te hoeven tijdens feestdagen. Maar als ze uiteindelijk doodgedwongen terugkeert, komt ze toch langzaam maar zeker ook achter de fijne kanten van Hanseo.

Jeong-un
Jeong-un is eigenlijk een soort wederhelft van Yeong-ji. Ze is van dezelfde leeftijd en heeft eersterhand meegemaakt hoe Yeong-ji regelmatig het dorp verliet toen Jeong-un bij de busterminal werkte en Yeong-ji haar kaartjes moest overhandigen. Jeong-un is jaloers omdat zij ook naar de grote stad wilde, maar dat lieten haar ouders niet toe. Jeong-un is ongelukkig omdat ze haar hele leven in het dorp is opgesloten geweest. Maar ze weet niet dat Yeong-ji óók ongelukkig is, ondanks dat ze het dorp heeft kunnen verlaten en in de grote stad woont.

Thema’s & Symboliek

Seoel a.k.a. ‘de Grote Stad’ vs. Het Platteland
In Korea wordt de grote stad (en dan met name de hoofdstad Seoel) gezien als de plek waar je pas écht succes behaalt in het leven. Een beetje zoals New York, dus. Maar… daartegenover staat wel dat je een koud en eenzaam bestaan moet lijden. In Koreaanse literatuur wordt de stad namelijk vaak gespiegeld aan het platteland, waar nog een groot saamhorigheids- en community-gevoel heerst. Waar iedereen naar elkaar omkijkt en waar je veel natuur en vrijheid ervaart. De stad daarentegen wordt gezien als een koude, kille en eenzame plek waar iedereen in zijn eigen wereld leeft, waar alles heel snel moet en waar je altijd onder druk staat. (Wat natuurlijk ook wel waar is.)

Afwezigheid van de man / man vs. vrouw
Net als in het verhaal dat ik vorige week heb geanalyseerd, vormen de mannelijke personages een soort ‘achtergrondruis’. Toch zijn de ‘invloeden’ van het mannelijke geslacht wel in het verhaal aanwezig in uitspraken zoals ‘jij moet voor je moeder zorgen’, omdat de vader en zoon het niet zouden kunnen. Maar ook gebruikt Yeong-ji’s moeder haar rol als huisvrouw als excuus om niet met haar dochter mee naar de grote stad te kunnen: ‘Wie kookt er anders voor je vader en je broertje?’. Dit wordt overigens wel vaker als excuus gebruikt door (vooral wat oudere) vrouwen in de Koreaanse maatschappij om ergens onderuit te komen zonder échte afwijzing te geven, en benadrukt de nog altijd relatief conservatieve gendernormen in de Koreaanse samenleving.

Een ander contrast dat de mannen en de vrouwen in dit korte verhaal is dat de vrouwen als zorgzaam worden omschreven, die elkaar vertrouwen en elkaars geheimen bewaren, en die het moreel grijze gebied betreden om schulden af te betalen en voor hun familie te zorgen, terwijl de mannen passief achterover hangen, hun eigendom met geweld beschermen en over hun eigen familieleden bekritiseren.

Een laatste cultureel en genderfenomeen in dit verhaal is de volgorde van huwelijk. Vooral vroeger en in meer conservatieve families is de volgorde van trouwen van de kinderen iets dat van tevoren vastligt. De oudste trouwt eerst. Dat betekent ook dat jongere kinderen niet mogen trouwen voor hun oudere broer of zus is getrouwd. Tegenwoordig is deze volgorde minder belangrijk, maar nog steeds wel aanwezig.

De titel
De Koreaanse titel ‘나의 살던 고향’ [na-i sal-don go-hyang] kan letterlijk worden vertaald naar ‘mijn geleefde dorp’, wat zowel in het Nederlands als in het Koreaans een ongrammaticale zin betreft. Voor Koreanen is het echter niet heel erg, omdat het een referentie is naar de titel en eerste zin van een klassiek kinderliedje dat iedereen op de basisschool leert. In dit liedje wordt de pracht van je geboortedorp bezongen. Daarmee is de titel van dit korte verhaal vrij ironisch, omdat de hoofdpersoon door het verhaal heen blijft herhalen hoe stom ze haar dorp vindt.

Omdat het een referentie is naar een liedje, heb ik als vertaling van de titel de titel van een Nederlands liedje gekozen.

Dood & Ziekte
In Koreaanse literatuur komen vaak personages voor die lijden of hebben geleden aan ernstige ziektes (en dan met name kanker), dan wel eraan zijn gestorven. Vaak zijn het ouders. En soms vormt de begrafenis een centraal onderdeel van het verhaal. Ook in dit korte verhaal komt een terminaal zieke ouder (vader, landeigenaar) voor en een hulpbehoevende moeder. Dit thema vormt vaak de aanleiding tot zelfreflectie en herziening van familiaire banden.

50.000.000 won
Niet alleen in dit korte verhaal, maar ook in een ander kort verhaal uit dezelfde bundel neemt het geldbedrag van 50.000.000 won een centrale rol in. Het lijkt erop dat de auteur hier een speciale betekenis aan ontleent, maar wat precies is niet geheel duidelijk.

Over de Auteur


Baek On-yu (백온유)

Baek On-yu (1993) begon haar schrijfcarrière in 2017 toen ze een prijs won voor haar roman 정교 [jeong-gyo – ‘kerk en staat’]. Ze won daarna nog meerdere prijzen, maar haar bekendste werken zijn 유원 [Yu-weon – ‘Yu-weon the survivor’) en ‘Peppermint’. Het thema dat frequent wordt behandeld in haar verhalen is dat van familiedynamiek en -problematiek.


Leave a Reply